verhalen van onze leden

Betty (87)

‘Ik vind dat we veel burgerlijk ongehoorzamer moeten worden’

In mijn leven heb ik veel te maken gehad met de dood. Onder meer als maatschappelijk werker bij Korrelatie, waar ik soms mensen aan de telefoon kreeg die om vier uur ’s nachts ineens zeiden: ik stap eruit. Ook hoorde ik van mijn buurvrouw in Amsterdam regelmatig verhalen van machinisten die te maken kregen met mensen die voor de trein sprongen. Daar moeten we met elkaar toch een andere oplossing voor zoeken. Ook voor mezelf. Wat ga ik doen als ik echt ga dementeren? In een verpleeghuis zag ik een man met een slab om en ik herkende hem. Het was mijn voormalige baas in het ziekenhuis, waar ik op de röntgenafdeling heb gewerkt. Een flinke Rotterdammer die voor niks bang was en nu zat hij daar te kwijlen in een stoel. Dat gaat ’m niet worden voor mij, in een rolstoel met een slabbetje voor. Daar moet ik iets mee doen.

 

Bang om dood te gaan

Ik had een zwaar depressieve moeder die haar hele leven heeft gedreigd aan het gas te gaan. Toen ze oud was, kwam ze in het verpleeghuis, depressief en wel. Ze was hartstikke doof en werd ook nog blind. Ze heeft daar twee jaar geleden en ik moet eerlijk zeggen: dat gun je je ergste vijand niet. Het ergste was dat ze helemaal helder was. Mensen zeggen weleens dat het erg is als je ouders gaan dementeren, maar ik wilde dat die van mij een beetje ging dementeren. Ze was hartstikke bang om dood te gaan en kreeg daar geen hulp bij. Soms zei ze dat ik haar in de auto moest zetten en haar van de brug moest gooien. Ik zei dat ik dan de bak in zou gaan. Dan zei ze cynisch: dat heb je dus niet voor me over? Misschien had ik burgerlijk ongehoorzaam moeten zijn en een eventuele gevangenisstraf moeten accepteren. Ik vind dat we veel burgerlijk ongehoorzamer moeten worden.

 

Als ik bij mijn moeder langsging, zag ik haar handen gestrest over het dekbed gaan. Dan vroeg ik of ze bang was om dood te gaan. Dat was ze. Tegen de dames van de verpleging zei ik dan: geef dat mens toch een extra pil. Waarom laat je haar zo lijden? Zij vroegen haar vaak op de drempel van de deur al hoe het die dag met haar ging. Goed hoor, zei ze dan vlug. Vervolgens gaat ze echt niet meer zeggen dat ze bang is om dood te gaan, maar dat was ze constant. Ga toch naar de overkant, zei ik dan. Mijn vader is daar en mijn broer was ook al dood. Ga lekker. Maar dan zei ze: je hebt goed kletsen, jij staat er niet voor. Dat is waar. Uiteindelijk kreeg ik op een morgen een telefoontje. Mijn moeder had pap gekregen en toen ze het bakje kwamen halen, lag ze dood in bed. Niemand wist hoe ze gestorven is. Hartstikke eenzaam. Ze is 99 jaar geworden.

 

Grappen maken

In dit huis praten we veel over de dood. Er gaan hier ook zoveel mensen dood. Soms hebben we drie begrafenissen in een week. Natuurlijk maken we er ook grappen over, bijvoorbeeld ‘ik kan nog niet doodgaan, want ik heb geen tijd’ of ‘ik blijf nog even leven, want we hebben morgen een afspraak’. Het is goed om er grappen over te maken. Zelf ben ik niet zo bang voor de dood. Als je als maatschappelijk werkster bang bent om dood te gaan, kan je iemand niet helpen. Als iemand me opbelt met de mededeling ‘ik wil eruit stappen’ en ik ben zelf bang om dood te gaan, dan kan ik het wel vergeten dat er enige goede hulp uit mij komt.

 

Rommel opruimen

Nu ik 87 ben vind ik mijn rommel opruimen het vervelendste. Daar wil ik een bestemming voor hebben. Er is een bedrijf dat alles ophaalt, vernietigt wat heel persoonlijk is en verkoopt wat er nog te verkopen is. Dat ben ik nu aan het regelen. Als dat geregeld is, denk ik dat ik rustig kan doodgaan. Natuurlijk moet je jezelf de vraag stellen of het niet gewoon een truc is om je achter de spullen te verstoppen. Of ik stiekem toch bang ben voor de dood. Nou ja, dat zie ik dan wel weer. Je kunt je niet overal zorgen om maken.

 

Ik weet nog dat een vriendin vertelde dat haar schoonmoeder eruit ging stappen. Ze was net tachtig en hield van muziek, musea, lezen. Maar ze werd blind. Dan begrijp ik het wel. Ze had haar huisarts gevraagd of hij haar wilde helpen. Dat wilde hij niet, maar hij vroeg wel of ze al had nagedacht hoe ze het wilde doen. In die tijd had je een soort slaapmiddel dat veel mensen gebruikten om zichzelf te helpen. De huisarts heeft toen gezegd: neem er maar twintig en een glaasje port, dan zoef je zo naar de overkant. Toen ze haar vonden, had ze een slok port op. Ze zat ontspannen in de stoel. Dan denk ik, waar maken we ons druk om. Dat lijkt me wel wat.

[meer verhalen]

Top