dummy afbeelding - laatste wil

Gesprek met Nel

Nel is 67 jaar en is in haar professionele carrière 46 jaar werkzaam geweest in diverse beroepen, waarvan de laatste 33 jaar als HR-adviseur. Zij woonde tijdens haar werkzame leven 1 jaar in Amerika en maakte ook eens een wereldreis van 1 jaar. Zij heeft duidelijke standpunten over het zelfgekozen levenseinde.

 

Hoe denk je over het ‘laatstewilpoeder’?

Ik juich dat zeer toe. Ik zou het graag in huis willen hebben. Ik zou meteen lid worden van een inkoopgroep. Ik kies voor autonomie als het gaat om het zelfgekozen levenseinde en ik ben me daar eigenlijk al heel lang van bewust. Een waardig levenseinde is voor mij essentieel en ik wil zelf de regie hebben. Als ik bijvoorbeeld blind zou worden of mijn armen niet meer zou kunnen gebruiken en helemaal afhankelijk zou worden van anderen, dan wil ik eruit kunnen stappen op een moment dat het leven voor mij niet meer zinvol is.

 

Hoe ben je tot deze standpunten gekomen?    

Mijn vader was een zelfbewust en intelligent mens. Toen bij hem vasculaire dementie werd geconstateerd, heeft hij nog enkele jaren redelijk kunnen functioneren in zijn eigen huis, samen met mijn moeder. Daarna werd het noodzakelijk  te verhuizen naar een appartement van een zorginstelling. Daar hadden zij hun eigen woonruimte, maar daar wel verpleeghuiszorg. Het ging daarna steeds slechter met hem en er ontstond een mensonwaardige situatie. Een probleem was dat hij wel een wilsverklaring had, maar die was niet regelmatig ‘ververst’ bij de huisarts. Hij werd blind en kon veel dingen niet meer op een rij krijgen. Als de huisarts kwam, zei hij de ene keer: ‘Ik wil wel een spuitje.’ en de andere keer: ‘Tja, ouderdom komt nu eenmaal met gebreken.’. Maar een uitspraak die ik in die tijd hoorde en die mij zeer geraakt heeft was: ‘Je kunt ook te lang leven.’ Dat vond ik wel van toepassing voor de situatie van mijn vader. Voor mij was helder dat het voor hem mooi was geweest. We hebben nog overwogen de Levenseindekliniek in te schakelen, maar dan kom je dilemma’s tegen. Ten eerste ben jij dan degene die een stervensscenario in gang zet, een grote verantwoordelijkheid, en ten tweede wil je dan nog alle familieleden op een rij krijgen. Dat is niet eenvoudig.

Ik heb een kennis die zijn eigen dood in mijn ogen heel mooi heeft geregeld. Deze persoon had dierbare herinneringen aan Indonesië en wilde opgebaard worden in de kledij van dat land. Hij nam zijn vrienden een week voor de datum van de euthanasie mee naar de zaal waar hij later opgebaard wilde liggen. Daar voelen mensen zich mogelijk wat ongemakkelijk bij, maar voor mij is dit een prachtig voorbeeld van eigen regie bij het zelfgekozen levenseinde.

 

Hoe denk je over de aanpak van de Coöperatie Laatste Wil?

Wij leven in een samenleving met veel babyboomers en dat zal leiden tot een groot aantal gevallen van (vergevorderde) dementie. Veel mensen van deze generatie en ook jongeren van de generaties daarna vinden het vanzelfsprekend om zelf de regie te hebben in levensvraagstukken. Dat hoort bij de huidige individualistische samenleving. Voor mij zou het verbazingwekkend zijn als de politiek deze ontwikkelingen naast zich neerlegt. We moeten veel meer werken aan draagvlak in de maatschappij voor de eigen keuze. Dat neemt niet weg dat ik me bewust ben van de discussiepunten: Ook ik vind het lastig het laatstewilpoeder zomaar ter beschikking te stellen aan bijvoorbeeld psychiatrische patiënten. Dat wordt weer anders in het geval dat iemand met psychiatrische problematiek al 10 jaar heeft aangegeven dood te willen. Ook  voor iemand met vergevorderde dementie die al 20 jaar daarvoor een doodswens heeft vastgelegd die van toepassing is op deze aandoening, vind ik dat het poeder ter beschikking moet zijn. Probleem is natuurlijk wel: Wie gaat dat poeder toedienen als de persoon dat zelf niet meer kan?

 

Hoe zou je het zelf willen aanpakken?

Ik ben mij natuurlijk bewust van de strafrechtelijke situatie. Hulp bij zelfdoding en het geven van een laatstewilpoeder is een risicovolle handeling, temeer omdat het in bezit hebben van een dergelijk middel ook al een strafbaar feit kan zijn. Laten we eens aannemen dat ik het middel via anderen of in samenwerking daarmee (bijvoorbeeld een inkoopgroep) in bezit heb gekregen. Ik wil natuurlijk niet dat anderen daarvoor vervolgd worden. Ik denk dat ik zelf de volgende aanpak zou kiezen. Ik maak een videofilm waarin ik uitleg wat mijn motieven zijn om het middel te nemen en waarin ik expliciet aangeef dat het mijn eigen keuze is. Ook geef ik aan dat ik het middel zelf (bijvoorbeeld in een ver buitenland) gekocht heb en dat mijn omgeving daar niks van wist. Zo hoop ik te vermijden dat anderen de dupe worden van mijn persoonlijke beslissingen.

Top